Alleen op straat!

Alleen op straat!


De lente is begonnen en de zomer staat voor de deur! We gaan vaker naar buiten en blijven dan ook langer buiten; na een hele koude maart lijkt het haast wel of we ieder zonnestraaltje willen vangen en benutten. Ook onze kinderen zijn niet naar binnen te slepen aan het einde van de dag en ‘s morgens vroeg staan ze als eerste met hun schoenen aan.

In dit digitale tijdperk zou ik ontzettend blij moeten de zijn met de vraag “Mama, mag ik alsjeblieft buiten spelen?”. Natuurlijk jongen! Ga lekker! Veel plezier! Ik roep je als het eten klaar is. Dat ben ik ook zeker, ware het niet wij in een tussenstraatje wonen. Dat wil zeggen dat ik aan de rechterkant de drukke dorpsstraat heb en aan de linkerkant een weg waar de maximumsnelheid 30 kilometer per uur is maar waar in werkelijkheid gemiddeld 60 wordt gereden. Daarnaast heb ik ook geen speeltuin naast de deur of aan de overkant; de dichtstbijzijnde ligt op 10 minuten loopafstand.

Owen is afgelopen december 3 jaar geworden. De buurmeisjes waar hij graag mee speelt zijn “al” 5. Persoonlijk vind ik 3 jaar echt nog wel een beetje te klein om alleen buiten te spelen maar hem binnen houden terwijl hij zo graag buiten is vind ik ook lastig. Zeker nu de tweeling steeds vaker aan het raam staat en komen vragen of Owen buiten mag komen spelen.

Toen wij dit huis kochten wisten we natuurlijk allang dat dit niet echt een mega kindvriendelijke plek is om te wonen. Met een grote mond zeiden we dat we het juist belangrijk vinden om onze kinderen vroeg gevaren te leren herkennen en dat het buitenspelen in een drukke omgeving ook heel positief kan werken. Daar ben ik het nog steeds mee eens maar nu het moment ook daadwerkelijk daar is vind ik het enorm spannend.

Vorig jaar heeft hij al een paar keer mogen “oefenen” met buitenspelen terwijl ik een paar meter achter hem liep. Dit jaar speelt hij voor het eerst echt alleen. Met zijn driewieler, loopfiets of step stapt ie voor trots naar buiten terwijl ik enorm mijn best doe om de hartverzakking buiten de deur te laten. Ik vind het geloof ik veel enger dan hij. We hebben afgesproken tot waar hij mag gaan; dit zijn overigens dezelfde regels als die voor de buurmeisjes, gelden in de hoop dat we hiermee voorkomen dat hij stiekem toch verder gaat dan we willen.

Ondertussen loop ik ijsberend op en neer tussen de voordeur en de achterpoort. Zie ik hem nog wel? Waar is hij nu? Maar ik laat hem wel gaan. Ondanks mijn angsten denk ik wel dat wanneer je een kind het gevoel geeft dat je het vertrouwt ze zich veel meer verantwoordelijk voelen en dus minder snel geneigd zijn om iets totaal anders te gaan doen. Juf Ank zei ooit: Als je wilt dat je kind omhoog klimt, moet je er niet bovenop gaan zitten.

Ik moet zeggen dat het buiten spelen tot nu toe enorm goed gaat; Owen houdt zich netjes aan de regels wat betreft de afstand en blijft bij zijn speelmaatjes. Regelmatig staat hij weer in de tuin om iets te vragen of om even heel trots te zwaaien en loopt/fietst/stept dan weer weg. Natuurlijk houd ik hem altijd nauwlettend in de gaten, ook al denkt hij van niet. Zodra ik hem voor mijn gevoel te lang niet heb gezien (lees: 2 minuten) dan loop ik in stealth modus naar buiten. Hij hoeft mij niet te zien, zolang ik hem maar zie.

Er gaat nu ook een wereld voor mij als moeder open. Ineens zitten er vriendjes binnen of in de tuin, zorg ik voor ijsjes en evenveel bekers drinken en krijg ik contact met de moeders die erbij horen. Ontzettend leuk! Het is heerlijk om je kind ‘s avonds uitgeput maar voldaan naar bed te brengen. Als zij genieten, geniet jij ook.

Over een poosje zal ik allicht al wat minder ijsberen en zullen de zorgen langzaam verdwijnen terwijl hij groter wordt. Ben ik straks eindelijk gerust, kunnen we weer opnieuw beginnen met Kenzie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.